Zonder de 924 was Porsche er misschien niet meer geweest
In dit artikel:
In 1976 introduceerde Porsche de 924, een model dat zijn oorsprong vond in Volkswagen’s Project EA425 uit 1970. Volkswagen stopte het project in 1974; Porsche nam de ontwikkeling over en bracht eind 1975 een productieklare 924 naar de markt, met marktintroductie begin 1976. Ontwerpers zoals Harm Lagaay (onder Anatole Lapine) werkten mee, en de auto werd in Neckarsulm gebouwd — dezelfde fabriek waar vroeger de NSU Ro 80 van de band liep.
Technisch brak de 924 met de traditionele Porsche-formule: hij kreeg een voorin geplaatste, watergekoelde tweeliter viercilinder met de versnellingsbak op de achteras (transaxle-opbouw). Die constructie leverde een neutrale wegligging op. Andere opvallende kenmerken waren de deels verzinkte koets (6 jaar binnenwaartse roestgarantie), klapkoplampen en een grote glazen achterklep. Bij introductie leverde de 2,0 liter injectiemotor 125 pk en een vierversnellingsbak; automaat en een vijfversnellingsbak volgden later.
De start was moeizaam: het VW-achtergrondje bracht de 924 de bijnaam ‘Hausfrauen Porsche’ en zorgde voor scepsis. Porsche’s marketing werkte hard om het model als volwaardig Porsche‑lid neer te zetten, en journalisten die proefreden waren positief over het weggedrag en de prestaties. De verkoop liep in 1976 langzaam op, maar in 1977 werden bijna 24.000 exemplaren verkocht en in 1981 had Porsche de grens van 100.000 stuks bereikt. De totale productie van de 924 bedroeg 150.684 exemplaren tussen november 1975 en 1988.
Door de jaren groeide de 924 in varianten: in 1979 kwam de Turbo (177 pk), later volgden interieur- en mechanische updates, en in 1985 verscheen de 924 S met de 944‑motor. Hoogtepunt qua performance en schaarste is de 924 Carrera GT: circa 210 pk, 240 km/h topsnelheid, 0–100 km/h in 6,9 s en slechts 400 stuks gebouwd. De 944 en uiteindelijk de 968 (1991, 3,0 liter, 240 pk) maakten het Transaxle‑tijdperk compleet.
Concurrentie en prijsplaatje verschoven: in 1976 kostte een 924 in Nederland ongeveer 34.000 gulden (tegen 10.000 voor een basis Golf/Kadett/Escort); concurrenten waren onder meer de Datsun 260Z en Pontiac Trans Am. Tegen 1988 was de markt verzadigd met sportieve Japanners.
Impact: commercieel was de 924 cruciaal voor Porsche en zorgde hij mede voor het voortbestaan van het merk, ook al riep de VW‑herkomst aanvankelijk weerstand op. In de klassiekerwereld heeft de 924 inmiddels meer status gekregen; in Nederland zijn volgens de telling nog zo’n 1.062 exemplaren over. Occasionprijzen zijn relatief gunstig vergeleken met andere klassieke Porsches.